Het Nederlandse pensioen is opgebouwd uit drie pijlers die elkaar aanvullen. Dit artikel legt uit hoe elke pijler werkt.
Pijler 1: AOW
De AOW is de staatspensioenvoorziening en vormt de basis voor iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De hoogte hangt af van je AOW-opbouwjaren.
Pijler 2: werkgeverspensioen
Via je werkgever bouw je doorgaans pensioen op bij een pensioenfonds. De hoogte hiervan bepaalt mede je Factor A, en daarmee je jaarruimte in pijler 3.
Pijler 3: vrijwillige aanvulling
Pijler 3 bestaat uit vrijwillige, fiscaal gefaciliteerde aanvullingen zoals lijfrente en banksparen, binnen de grenzen van je jaarruimte. Meer hierover lees je in de hoofdgids over jaarruimte en pensioengat.
Hoe de pijlers elkaar aanvullen
De drie pijlers zijn zo ontworpen dat ze elkaar in de praktijk aanvullen, niet vervangen. Pijler 1 vormt de basis voor iedereen, ongeacht inkomen. Pijler 2 bouwt hierop voort via je werkgever, en pijler 3 vult het resterende verschil aan.
Werknemer met een ruim werkgeverspensioen
Heb je jarenlang bij dezelfde werkgever met een goede pensioenregeling gewerkt, dan is je Factor A vaak hoog. Je jaarruimte in pijler 3 valt daardoor relatief laag uit, omdat pijler 1 en 2 samen al een groot deel van je pensioendoel dekken.
Zzp'ers en flexwerkers
Werk je als zzp'er of heb je vaak van baan gewisseld, dan is je Factor A meestal laag of nul. In dat geval draagt pijler 3 verhoudingsgewijs veel meer bij aan je uiteindelijke pensioeninkomen dan bij een werknemer met een vast dienstverband.
Veelvoorkomende misverstanden over de pijlers
Een veelgehoord misverstand is dat AOW automatisch voldoende is om van te leven. In de praktijk dekt pijler 1 doorgaans maar een deel van het benodigde inkomen, zeker bij een hoger laatstverdiend salaris.
Een ander misverstand is dat pijler 2 altijd automatisch toereikend is. Bij een beperkt dienstverband, een lage pensioenpremie of een periode zonder opbouw kan ook hier een pensioengat ontstaan. Meer hierover lees je in pensioengat herkennen en aanvullen.
Internationale werknemers en de pijlers
Heb je een deel van je loopbaan buiten Nederland gewerkt, dan kan dit alle drie de pijlers beïnvloeden. Je AOW-opbouw in pijler 1 wordt lager als je niet verzekerd was, en ook pijler 2-opbouw bij een buitenlandse werkgever telt meestal niet mee in je Nederlandse Factor A.
Hierdoor hebben internationale werknemers vaak een hogere jaarruimte in pijler 3 dan collega's die hun hele loopbaan in Nederland hebben gewerkt, simpelweg omdat pijler 1 en 2 minder hebben opgebouwd.
Pijler 2 bij een eigen bv (DGA)
Werk je als directeur-grootaandeelhouder via een eigen bv, dan val je niet automatisch onder een regulier pensioenfonds zoals werknemers in loondienst. Pensioenopbouw via de bv zelf is wel mogelijk, maar vereist een bewuste keuze en vastlegging in de arbeidsovereenkomst met de eigen vennootschap.
Maak je als DGA geen gebruik van pensioenopbouw via de bv, dan is je Factor A meestal nul, net als bij een zzp'er, waardoor je volledige jaarruimte in pijler 3 overblijft om zelf aan te vullen.
De drie pijlers bij een baanwisseling
Verander je van baan, dan blijft je pijler 1-opbouw (AOW) ongewijzigd doorlopen, omdat deze losstaat van je werkgever. Je pijler 2-opbouw bij je oude werkgever blijft staan, tenzij je kiest voor waardeoverdracht naar je nieuwe pensioenfonds.
Je pijler 3-jaarruimte wordt opnieuw berekend op basis van je nieuwe Factor A en inkomen, waardoor een baanwisseling vaak leidt tot een andere jaarruimte dan bij je vorige werkgever. Controleer daarom na elke overstap opnieuw hoeveel ruimte je in pijler 3 hebt.
Een praktijkvoorbeeld: alle drie de pijlers samen
Stel, je verdient €45.000 bruto per jaar, bouwt via je werkgever pijler 2-pensioen op met een Factor A van €4.500 en hebt op dit moment geen pijler 3-producten. Op basis van deze gegevens bereken je via de hoofdgids over jaarruimte en pensioengat je resterende fiscale ruimte in pijler 3.
Na je pensionering ontvang je dan een combinatie van AOW (pijler 1), werkgeverspensioen (pijler 2) en eventueel de uitkering uit je lijfrente of bankspaarrekening (pijler 3). Pas door alle drie afzonderlijk te berekenen, krijg je een compleet beeld van je verwachte pensioeninkomen.
Je drie pijlers jaarlijks samen controleren
Omdat elke pijler afzonderlijk kan veranderen, bijvoorbeeld door een loonsverhoging, een AOW-indexering of een nieuwe lijfrentestorting, is het verstandig om je totale pensioeninkomen minstens eenmaal per jaar als geheel te beoordelen.
Gebruik hiervoor mijnpensioenoverzicht.nl voor pijler 1 en 2, en houd zelf bij hoeveel je via pijler 3 hebt ingelegd. Zo voorkom je dat je een onverwacht groot of klein pensioengat pas vlak voor je pensionering ontdekt.