De algemene heffingskorting en de arbeidskorting verlagen samen flink het bedrag aan belasting dat je verschuldigd bent. Dit artikel legt uit wat beide kortingen inhouden, voor wie ze gelden en hoe de afbouw bij een hoger inkomen werkt.
Wat is de algemene heffingskorting?
De algemene heffingskorting is een korting op de verschuldigde inkomstenbelasting waar vrijwel iedere belastingplichtige met een inkomen recht op heeft. In 2026 bedraagt deze korting maximaal €3.115 en geldt dit volledige bedrag tot een inkomen van €29.736.
Wat is de arbeidskorting?
De arbeidskorting geldt specifiek voor inkomen uit tegenwoordige arbeid en is bedoeld om werken aantrekkelijker te maken. De korting loopt piekvormig op tot een maximum van €5.685 bij een middeninkomen, waarna hij geleidelijk weer afneemt.
Hoe werkt de afbouw bij een hoger inkomen?
Beide kortingen zijn gekoppeld aan je inkomen uit Box 1. Naarmate je meer verdient, bouwen de kortingen af met een vast percentage per extra verdiende euro, tot ze bij een hoog inkomen volledig zijn uitgewerkt.
Beide kortingen samen toegepast
Je werkgever past beide kortingen automatisch toe via de loonheffingskorting op je loonstrook. Wil je zelf nagaan hoeveel dit concreet scheelt in je netto loon? Gebruik dan de rekentool op de hoofdgids over netto loon en loonheffing.
Rekenvoorbeeld: heffingskortingen bij €35.000
Verdien je €35.000 bruto per jaar, dan ligt dit boven de afbouwgrens van €29.736 voor de algemene heffingskorting, waardoor deze korting al licht is afgebouwd ten opzichte van het maximum van €3.115. De arbeidskorting bevindt zich bij dit inkomen juist nog in het opbouwtraject richting het maximum.
In de praktijk betekent dit dat je bij €35.000 bruto per jaar een gecombineerde heffingskorting van ruim €6.500 op je verschuldigde loonheffing in mindering kunt brengen, verspreid over twaalf maanden. Zonder deze kortingen zou je netto maandloon enkele honderden euro's lager uitvallen.
Heffingskorting voor de minstverdienende partner
Heb je een fiscale partner met weinig of geen eigen inkomen, dan kan deze partner onder voorwaarden een deel van de algemene heffingskorting uitbetaald krijgen via de belastingaangifte, ook zonder zelf loonheffing te betalen. Dit heet de uitbetaling van de algemene heffingskorting aan de minstverdienende partner.
Deze regeling wordt jaarlijks verder afgebouwd voor partners geboren na 1962, en geldt volledig alleen nog in specifieke overgangssituaties. Check daarom altijd je persoonlijke situatie voordat je hierop rekent in je huishoudbudget.
Heffingskortingen bij deeltijdwerk of een laag inkomen
Werk je parttime of heb je een laag inkomen, dan kan het voorkomen dat de optelsom van je heffingskortingen hoger uitvalt dan de loonheffing die je volgens de schijven verschuldigd bent. In dat geval wordt de korting nooit hoger dan de verschuldigde belasting, en krijg je dus nooit een negatief bedrag uitgekeerd via je loonstrook.
Dit is vooral relevant voor studenten en scholieren met een bijbaan: bij een laag jaarinkomen betaal je hierdoor vaak nauwelijks of geen loonheffing, ondanks dat er wel een schijventarief op je loon van toepassing is.
Overzichtstabel: kortingen per inkomensniveau
Onderstaande tabel laat zien hoe de gecombineerde heffingskorting zich bij benadering verhoudt tot verschillende inkomensniveaus, uitgaande van iemand met uitsluitend loon uit tegenwoordige arbeid.
| Bruto jaarinkomen | Algemene heffingskorting | Arbeidskorting |
|---|---|---|
| €15.000 | Volledig: €3.115 | Gedeeltelijk opgebouwd |
| €29.736 | Volledig: €3.115 | Dicht bij maximum |
| €35.000 | Licht afgebouwd | Maximaal of bijna maximaal |
| €45.592 | Verder afgebouwd | Start van de afbouw |
| €90.000 | Grotendeels uitgewerkt | Grotendeels uitgewerkt |
Deze tabel maakt inzichtelijk waarom het financieel voordeel van een loonsverhoging bij een middeninkomen vaak lager uitvalt dan verwacht: niet alleen schuif je mogelijk naar een hogere Box 1-schijf, ook je heffingskortingen bouwen gelijktijdig verder af.
Heffingskorting en je voorlopige aanslag
Heb je naast je loon ook andere inkomsten, bijvoorbeeld uit een tweede baan of zzp-werkzaamheden, dan kan het voorkomen dat de heffingskorting dubbel wordt toegepast terwijl je daar bij een hoger totaalinkomen geen volledig recht op hebt. Dit los je op via een voorlopige aanslag bij de Belastingdienst.
Door zelf een voorlopige aanslag aan te vragen, betaal je het verschil gespreid gedurende het jaar, in plaats van in één keer bij je jaarlijkse aangifte. Dit voorkomt een onaangename verrassing achteraf en geeft je meer grip op je maandelijkse besteedbaar inkomen.
Je kunt een voorlopige aanslag eenvoudig zelf aanvragen of aanpassen via de website van de Belastingdienst. Pas je verwachte inkomen gedurende het jaar aan wanneer je situatie wijzigt, bijvoorbeeld bij een nieuwe baan of het starten van zzp-werkzaamheden naast je vaste dienstverband.