Binnen Box 3 worden spaargeld en beleggingen fiscaal verschillend behandeld. Dit artikel legt het verschil uit en wat dit betekent voor je belastingdruk.
Twee aparte categorieën binnen Box 3
Het fictieve rendement voor spaargeld ligt lager dan voor beleggingen, omdat spaargeld historisch minder rendement oplevert dan aandelen of obligaties.
Deze aparte categorieën zijn bedoeld om de belastingheffing beter te laten aansluiten bij het gemiddelde rendement dat je redelijkerwijs op elk type vermogen mag verwachten, al blijft het voor individuen altijd een gemiddelde benadering.
Wat betekent dit voor jouw keuze?
Bij de keuze tussen sparen en beleggen spelen naast belasting ook je risicobereidheid en beleggingshorizon een rol. Meer over je totale vermogensbelasting lees je in de hoofdgids over Box 3 en sparen.
Een veelgemaakte fout is om puur op basis van het fiscale forfait te kiezen, zonder te kijken naar je eigen financiële doelen en de tijdshorizon waarop je het vermogen nodig denkt te hebben.
Rekenvoorbeeld: €50.000 sparen versus beleggen
Houd je €50.000 boven je heffingsvrije vermogen volledig aan als spaargeld, dan rekent de Belastingdienst met 1,28% fictief rendement (€640). Beleg je ditzelfde bedrag volledig in aandelen of fondsen, dan geldt een fictief rendement van 6,00% (€3.000). Over beide bedragen betaal je vervolgens hetzelfde Box 3-tarief, maar het belastbare grondslag ligt bij beleggen dus aanzienlijk hoger.
De rol van schulden in Box 3
Naast spaargeld en beleggingen kent Box 3 ook een derde categorie: schulden. Heb je schulden boven een bepaalde drempel, bijvoorbeeld een onderhandse lening of een restschuld, dan verlagen deze je belastbare vermogen tegen een eigen, lager fictief percentage. Dit geldt los van de verdeling tussen je spaargeld en beleggingen.
Risicoprofiel naast fiscaliteit
Een fiscaal gunstiger forfait is nooit de enige reden om voor sparen of beleggen te kiezen. Spaargeld kent nauwelijks koersrisico, terwijl beleggingen in waarde kunnen schommelen en op korte termijn ook verlies kunnen opleveren.
Beleg je geld dat je over een paar jaar nodig hebt, bijvoorbeeld voor een studie of verbouwing, dan weegt het risico op een tijdelijke koersdaling vaak zwaarder dan het fiscale voordeel van een lager netto rendement bij sparen. Voor vermogen met een lange horizon kan de afweging juist andersom uitvallen.
Bepaal daarom eerst je beleggingshorizon en risicobereidheid, en kijk pas daarna naar het fiscale plaatje. Een fiscaal gunstiger forfait weegt in de praktijk zelden op tegen een verkeerde inschatting van je eigen risicobereidheid.
Een mengvorm: deels sparen, deels beleggen
De keuze hoeft niet volledig sparen óf volledig beleggen te zijn. Veel huishoudens houden een deel van hun vermogen vrij opneembaar aan als buffer en beleggen het overige deel met een langere horizon, zie ook deposito sparen versus vrij opneembaar sparen.
Fiscaal gezien wordt zo'n gemengd vermogen simpelweg verdeeld over beide forfaits naar rato van de samenstelling op de peildatum. Een duidelijk doel per deel van je vermogen helpt om een bewuste knoop door te hakken, in plaats van alleen naar het fiscale verschil te kijken.
Verdelen tussen fiscale partners
Heb je een fiscaal partner, dan mogen jullie het gezamenlijke vermogen in Box 3 vrij onderling verdelen in de aangifte, zolang het totaal maar klopt. Dit geldt ook voor de verdeling tussen spaargeld en beleggingen, mits beide vermogensbestanddelen daadwerkelijk gezamenlijk eigendom zijn.
In sommige situaties kan een slimme verdeling tussen partners het totale fictieve rendement iets verlagen, bijvoorbeeld door het heffingsvrije vermogen van €118.714 voor partners samen optimaal te benutten. Laat een dergelijke verdeling bij twijfel doorrekenen door je aangifteprogramma of een adviseur.
Houd er wel rekening mee dat de optimale verdeling van jaar tot jaar kan verschillen, afhankelijk van hoe jullie vermogen is samengesteld. Controleer daarom bij elke aangifte opnieuw welke verdeling voor dat specifieke jaar het gunstigst uitpakt.
Veel aangifteprogramma's bieden tegenwoordig een optie om automatisch de meest voordelige verdeling tussen partners te laten berekenen. Gebruik deze functie als geheugensteun, maar controleer de uitkomst altijd nog even handmatig op basis van je eigen cijfers.
Lees voor meer achtergrond over het heffingsvrije vermogen zelf ook de hoofdgids over Box 3 en sparen, waarin de bedragen voor alleenstaanden en partners naast elkaar worden toegelicht.
Samengevat: het fiscale verschil tussen sparen en beleggen in Box 3 draait om het forfait dat bij elke categorie hoort, niet om je werkelijke rendement. Baseer je uiteindelijke keuze daarom altijd op je eigen doelen en risicobereidheid, met het fiscale plaatje als aanvullende factor.