Wil je een hogere rente ontvangen door je geld vast te zetten, of houd je liever altijd toegang tot je spaargeld? Dit artikel zet de voor- en nadelen op een rij.
Wat is een depositorekening?
Bij een deposito zet je een bedrag voor een vaste periode vast tegen een vooraf afgesproken rente, die doorgaans hoger ligt dan bij een vrij opneembare spaarrekening.
Looptijden variëren meestal van enkele maanden tot vijf jaar of langer. Over het algemeen geldt: hoe langer de looptijd, hoe hoger de rente die de bank biedt, omdat zij langer zekerheid heeft over het aangehouden bedrag.
Voordelen van vrij opneembaar sparen
Vrij opneembaar sparen biedt volledige flexibiliteit, ideaal als financiële buffer voor onverwachte uitgaven. Zie ook beste spaarrekeningen in Nederland voor een vergelijking van rentes.
Welke keuze past bij jou?
Een gangbare strategie is om eerst een buffer van drie tot zes maandlasten vrij opneembaar aan te houden, en pas het overschot te overwegen vast te zetten. Meer over de fiscale behandeling van je totale vermogen lees je in de hoofdgids over Box 3 en sparen.
Vaste versus oplopende deposito's
Naast de klassieke deposito met één vaste rente voor de gehele looptijd bieden sommige banken een oplopende deposito aan: de rente stijgt elk jaar van de looptijd, bijvoorbeeld van 2% in jaar één naar 3% in jaar vijf. Gemiddeld over de hele periode ligt het rendement vaak net onder dat van een vaste deposito met dezelfde looptijd.
Kies je voor een oplopende deposito, dan profiteer je in de eerste jaren van een lagere rente in ruil voor een psychologisch prettiger gevoel van een stijgende opbrengst. Reken voor jezelf het gemiddelde rendement over de hele looptijd uit voordat je vergelijkt met een vaste deposito.
Rekenvoorbeeld: rendement na 3 jaar
Zet je €25.000 vast in een driejarige deposito tegen 2,8% rente per jaar, dan ontvang je in totaal ongeveer €2.100 rente over de volledige looptijd. Had je hetzelfde bedrag vrij opneembaar gezet tegen 1,6% rente, dan was dit over drie jaar circa €1.200 geweest, een verschil van €900 in het voordeel van de deposito.
Dit voordeel geldt alleen als je het geld daadwerkelijk drie jaar kunt missen. Moet je tussentijds toch bij het geld, dan kan een boeterente dit rekenvoordeel deels of volledig tenietdoen.
Vergelijk bij een dergelijke afweging ook altijd meerdere aanbieders: het verschil in depositorente tussen banken kan voor eenzelfde looptijd aardig uiteenlopen, wat bij een groter bedrag al snel honderden euro's verschil maakt over de hele looptijd.
Het risico bij een stijgende rente
Zet je je geld voor meerdere jaren vast en stijgt de marktrente daarna, dan profiteer je niet mee van die stijging: je blijft vastzitten aan de rente die je bij aanvang hebt afgesproken. Dit is het belangrijkste risico van een deposito ten opzichte van vrij opneembaar sparen, waarbij de rente juist meebeweegt met de markt.
Twijfel je over de renteontwikkeling de komende jaren, dan kan een kortere looptijd of een depositoladder met meerdere looptijden een goede manier zijn om dit risico te beperken.
Belastingaspect: deposito versus vrij sparen
Fiscaal gezien maakt het voor Box 3 geen verschil of je geld vastzit in een deposito of vrij opneembaar is: beide vallen onder dezelfde categorie spaargeld en worden belast tegen hetzelfde fictieve rendement. Een hogere depositorente leidt dus niet tot een hogere Box 3-aanslag, alleen tot een hoger werkelijk rendement.
Dit betekent dat de keuze tussen een deposito en vrij opneembaar sparen puur een financiële afweging is, zonder fiscale nadelen aan een van beide kanten. Bepaal daarom je keuze op basis van je liquiditeitsbehoefte en renteverwachting, niet op basis van een vermeend belastingvoordeel.
Combineer je beide vormen, bijvoorbeeld een deel vrij opneembaar en een deel in een deposito, dan telt voor Box 3 simpelweg het totaal van beide bedragen mee, verminderd met het heffingsvrije vermogen. De verdeling tussen deposito en vrij opneembaar sparen heeft dus geen enkele invloed op je uiteindelijke belastingaanslag.
Leg daarom de nadruk op de voorwaarden van de aanbieder, zoals boeterente bij vervroegd opnemen en de hoogte van de dekking onder het depositogarantiestelsel, in plaats van op een vermeend belastingvoordeel dat er in de praktijk niet is.
Lees voor meer details over deze dekking ook het artikel over het depositogarantiestelsel in Nederland, zodat je weet hoeveel risico je precies loopt bij een deposito boven €100.000.